Kozakken Boys baalt na duel met FC Utrecht: “Helaas geen VAR”

Gepubliceerd:

Maak ons je Google favoriet

Het bekertoernooi in de herfst heeft iets magisch. De geur van nat kunstgras, frituurlucht die wedijvert met de walm van illegaal afgestoken fakkels, en een Eredivisie-grootmacht die met knikkende knieën het veld betreedt. Voor FC Utrecht werd het bekertripje naar Werkendam precies zo’n typische avond waarop werkelijk niets te winnen viel, behalve kwalificatie voor de volgende ronde. Uiteindelijk stapten de Domstedelingen met een uiterst magere 0-1 zege in de spelersbus, maar bij Kozakken Boys overheerste het gevoel dat David deze keer Reus Goliath écht had kunnen vloeren.

Geen VAR op De Zwaaier: vloek of zegen?

Na afloop van het zwaarbevochten bekergevecht was er één thema dat over de tong ging in de Werkendamse kantine: het gebrek aan beelden. Waar Eredivisie-arbiters tegenwoordig voor ieder wissewasje naar een schermpje langs de zijlijn mogen hollen om in stilte met Zeist te overleggen, zijn de vroege rondes van de KNVB Beker nog puur handwerk. Geen doellijntechnologie, geen twintig camerahoeken, en vooral: geen VAR.

Tot groot verdriet van Kozakken Boys-verdediger Damian den Besten. De mandekker en zijn strijdmakkers beten zich negentig minuten lang vast in de aanvallers van Utrecht en roken bij vlagen een gigantische stunt. Een paar cruciale en betwistbare momenten in het strafschopgebied vielen echter in het voordeel van de profs uit de Domstad uit. “Helaas geen VAR”, verzuchtte Den Besten na afloop met een mengeling van trots en frustratie. En geef hem eens ongelijk: met een videoscheidsrechter achter de knoppen had de bekeravond zomaar een heel ander slotakkoord kunnen krijgen.

Het Utrechtse beker-trauma bezworen

Bij FC Utrecht zal niemand beweren dat het vertoonde spel een lust voor het oog was. Sinds het historische bekerechec tegen de amateurs van USV Hercules schieten de supporters in de Galgenwaard al bij de loting tegen een tweededivisionist collectief in de stress. Ook op Sportpark De Zwaaier was het bij vlagen billenknijpen geblazen. De organisatie van Kozakken Boys stond als een huis, en de Eredivisionist grossierde in slordigheden op het stroeve veld.

Toch volstond één moment van Utrechtse efficiëntie om het verschil te maken. Het kenmerkt de wrede realiteit van het bekervoetbal: een profploeg kan negentig minuten lang ongeïnspireerd rondtikken, maar hoeft slechts één gaatje te vinden om de meubelen te redden. Utrecht deed wat het moest doen — overleven en snel vergeten — terwijl Kozakken Boys met een morele overwinning en lege handen achterbleef.

Vrijdagochtend gewoon weer aan het werk

Dat Den Besten en zijn ploeggenoten zich kranig hebben geweerd, staat buiten kijf. De hechte dorpsclub liet zien waarom Werkendam al jarenlang berucht is bij profclubs die liever een warme bekeravond op de bank hadden doorgebracht. Het contrast tussen beide elftallen werd na het laatste fluitsignaal pijnlijk mooi duidelijk: waar de miljoenenformatie van Utrecht zich weer richt op de Eredivisie-top, stonden de meeste spelers van Kozakken Boys vrijdagochtend gewoon weer op de steiger, achter het bureau of voor de klas.

De Domstedelingen bekeren verder, maar de glans was ver te zoeken. In Werkendam blijft vooral de herinnering aan een dappere strijd én het knagende besef dat een beeldschermpje langs de lijn misschien net het verschil had kunnen maken tussen een eervolle nederlaag en eeuwige bekerglorie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

OOK INTERESSANT

Het bekeravontuur van Kozakken Boys zit erop, al scheelde het bitter weinig of FC Utrecht was donderdagavond het zoveelste profslachtoffer geworden op sportpark De Zwaaier. De formatie uit de Domstad wist uiteindelijk met de kleinst mogelijke marge te zegevieren. Tot grote frustratie van Werkendamse oefenmeester Dennis de Nooijer, die zijn manschappen zag sneuvelen door...

NIEUWE ARTIKELEN

VOLG ONS

TRENDING