Jong FC Utrecht nam het op tegen Roda JC, en hoewel er bij vlagen best aardig werd gevoetbald, bleef het bekende liedje hangen: leuk meedoen, maar de punten gaan mee in de spelersbus naar Kerkrade. Eindstand: 1-2. Het begon nog wel zo veelbelovend. Utrecht schoot energiek uit de startblokken, liet de bal vlot rondgaan en wist Roda zowaar bij de keel te grijpen. Na wat spelspeldenprikken viel de verdiende beloning: een strakke aanval werd keurig gepromoveerd tot de 1-0. Op dat moment leek er geen vuiltje aan de lucht. De Utrechtse talenten dartelden over het veld alsof ze de Keuken Kampioen Divisie persoonlijk kwamen hervormen, terwijl de Limburgers vooral stonden te kijken hoe het spelletje ook alweer werkte.
Volwassen worden kost tijd
Maar ja, volwassen worden kost tijd, en dat geldt ook voor volwassen wedstrijden uitspelen. In de tweede helft sloeg het aloude ‘Beloften-syndroom’ weer ongenadig toe. Utrecht vergat de marge te vergroten en besloot in plaats daarvan Roda JC vriendelijk uit te nodigen terug in de wedstrijd te komen. Waar de Limburgse veteranen geslepen en zakelijk bleven wachten op hun momentjes, liet Utrecht achterin de nodige gaten vallen. Eén momentje van onoplettendheid was genoeg voor de gelijkmaker (1-1), en het voelde alsof de stekker er meteen een beetje werd uitgetrokken.
Het gifbekertje moest uiteraard helemaal leeg. Waar Utrecht zich stukbeet op de hechte Limburgse muur, liet de Utrechtse defensie zich bij een snelle omschakeling verrassen. Roda-spelers bleken net iets handiger in het benutten van halve kansen en prikten de 1-2 binnen.
Utrecht probeerde het in de slotfase nog wel met een gezonde dosis opportunisme, maar het bleef vooral bij ‘net niet’. Een nuttige leerles in efficiëntie voor de Domstedelijke beloften: balbezit is leuk voor de statistieken, maar Roda neemt liever de drie punten mee naar het zuiden.

