Het heet zo mooi een ‘bekeravondje’, maar bij FC Utrecht zullen ze donderdagavond vooral opgelucht adem hebben gehaald dat de schade beperkt bleef tot een collectieve deuk in het zelfvertrouwen. De Domstedelingen worstelden zich met een magere 0-1 overwinning voorbij Kozakken Boys. Taak volbracht, volgende ronde bereikt. Maar vraag niet hoe.
Bibberen in Werkendam
Op papier is het natuurlijk het bekende David tegen Goliath-verhaaltje waarin Goliath plichtmatig het varkentje wast. De realiteit op het veld bleek echter weer eens een stuk weerbarstiger. Na de theepauze leek het Eredivisie-niveau ver te zoeken en werd Utrecht zowaar teruggedrongen door de amateurs. Van dominantie was geen sprake meer; het werd ouderwets tegenhouden en billenknijpen tot het laatste fluitsignaal.
Geen polonaise in de kleedkamer
Wie dacht dat de buit binnen was en er feest gevierd kon worden, kwam bedrogen uit. Anthony Correia stak zijn onvrede na afloop bepaald niet onder stoelen of banken. Waar de overwinning normaliter met een glimlach wordt ingelijst, overheerste nu vooral de irritatie over het getoonde spel.
De trainer gaf ruiterlijk toe dat er na afloop een stevige en kritische noot is gekraakt in de kleedkamer. Het euvel? Het totale gebrek aan rust en kwaliteit aan de bal. Want als je tegen Kozakken Boys al de controle verliest zodra er een beetje druk wordt gezet, belooft dat weinig goeds voor wanneer er straks weer serieuze tegenstanders uit de Eredivisie op de mat verschijnen. Kortom: het ticket voor de tweede ronde zit in de tas, maar het vertoonde spel mag gerust zo snel mogelijk naar het archief.



