Dit artikel is alleen leesbaar voor leden van Gazzetta Galgenwaard
FC Utrecht is de voetbalvariant van een kameleon in een discotheek. Het probeert zich voortdurend aan te passen aan de nieuwste kleur van de dansvloer, maar het eindigt steevast in een verwarrende, stroboscopische chaos. Wie de afgelopen jaren de trainerscarrousel in de Galgenwaard heeft gadegeslagen, zou denken dat de clubleiding bij het aanstellen van een nieuwe hoofdcoach gebruikmaakt van een gigantisch Rad van Fortuin. Een flinke slinger eraan en we zien wel waar de pijl eindigt. Wordt het een romantische aanvalsdenker? Een cynische counter-architect? Een zachte peoplemanager of een knetterharde drilboor? Bij FC Utrecht is het allemaal mogelijk, en vaak ook nog binnen hetzelfde kalenderjaar.
Geen duidelijke spelopvatting
Het is een fenomeen dat evengoed fascinerend als frustrerend is. Waar topclubs (althans, in theorie) een duidelijke spelopvatting hebben en daar een bijpassende oefenmeester bij zoeken, draait men de boel in de Domstad stelselmatig om. De club koopt een trainer, levert de sleutels van de kleedkamer in, en zegt: “Maak er maar wat van.” Met als gevolg dat het spelsysteem net zo vaak wisselt als de wisselende stemmingen van het Nederlandse weer.
Van een vloeiende 4-3-3 met opkomende backs en frivole vleugelspelers, schakelen we moeiteloos over naar een behoudende 5-3-2 met het zwaartepunt op vechtvoetbal en dichte linies. Werkt dat niet? Dan gooien we er een paar maanden later een ruit op het middenveld in. Het is tactisch swipen op Tinder: elke nieuwe match belooft de ware te zijn, maar na drie dates blijken we toch weer totaal de verkeerde profielen te hebben geselecteerd.
Deze tombola aan stijlen klinkt misschien als leuk vermaak voor de neutrale kijker, maar voor de club zelf is het pure kapitaalvernietiging. En de grootste gedupeerde in dit schouwspel? De jeugdopleiding op sportcomplex Zoudenbalch.
Paniek in de ogen van de jeugdspelers op Zoudenbalch
Stel je voor: je bent een talentvolle buitenspeler. Je stroomt op je achtste de jeugdopleiding in en leert tien jaar lang hoe je de achterlijn moet halen, hoe je een mannetje moet passeren en hoe je een ragfijne voorzet aflevert. Je ademt het 4-3-3 systeem. Je zweet het, je droomt het. Eindelijk, op je negentiende, klop je op de deur van het eerste elftal. Precies in die week ontslaat FC Utrecht de hoofdtrainer. De nieuwe man voor de groep is een pragmaticus die buitenspelers beschouwt als een overbodige luxe en zweert bij een as van spierballen en beton. Ineens moet jij, de frivole dribbelaar, leren spelen als een ‘wingback’ die zeventig meter per aanval moet bestrijken, of mag je op de bank plaatsnemen naast de andere slachtoffers van de systeemwissel.
Als er elk anderhalf jaar een trainer met een totaal afwijkende voetbalvisie wordt aangesteld, verliest een jeugdopleiding zijn kompas. Opleiden voor het eerste elftal wordt schieten op een bewegend doel in de mist. Het ene moment eist de hoofdtrainer voetballende verdedigers, het volgende moment wil de nieuwe passant centrale verdedigers die de bal het liefst de gracht in koppen. Hoe kun je als academie een eenduidige spelopvatting hanteren als de eindbestemming een tactische kameleon is?
Passie is geen tactiek
Het antwoord is simpel: dat kan niet. FC Utrecht ontbeert al jaren een stuk eigen identiteit op de grasmat. Ja, we kennen de kernwaarden naast het veld: bloed, zweet, tranen, strijd en de onvoorwaardelijke passie van de Bunnikside. Maar passie is geen tactiek. Hard werken is een voorwaarde, geen systeem.
De clubleiding zou er goed aan doen om eens in de spiegel te kijken en één fundamentele vraag te beantwoorden: Hoe wil FC Utrecht eigenlijk voetballen?
Zodra dat antwoord is geformuleerd (bijvoorbeeld: dominant, met hoge druk, vanuit een 4-3-3 formatie), moet dat het heiligdom van de club worden. De clubvisie moet de baas zijn, niet de hoofdtrainer. Vertrekt er een trainer, of wordt hij ontslagen? Dan zoek je een nieuwe oefenmeester die exact in datzelfde profiel past. Dan kunnen trainers op elkaars werk voortborduren in plaats van telkens opnieuw de fundering uit de grond te trekken. Het bespaart je niet alleen miljoenen aan miskopen (omdat je niet elke zomer een half nieuw elftal hoeft te halen voor het nieuwste systeem), maar het creëert ook rust. Rust in de selectie, rust in de jeugdopleiding en – niet onbelangrijk – rust op de tribunes van de Galgenwaard.
Lange(re) termijn
Het wordt tijd dat de Domstad niet langer kiest voor de smaak van de maand. Gooi dat tactische Rad van Fortuin bij het grofvuil, kies een koers en hou het stuur recht. Want pas als de jeugdspeler bij de F-jes weet welk voetbal er over tien jaar in het stadion wordt gespeeld, kan FC Utrecht eindelijk doorgroeien van een dwalende reus naar de structurele topclub die het in de kern allang zou moeten zijn.

