Wat een heerlijke zondag. Wie vooraf had gezegd dat we ‘even’ drie punten zouden ophalen in Enschede, was waarschijnlijk hardop uitgelachen. En eerlijk is eerlijk: na die moeizame seizoenstart en die vroege 1-0 van Twente hield ik mijn hart vast. Maar wat er ná die tegengoal op het veld gebeurde, bracht het kippenvel op mijn armen. Dít was FC Utrecht. Geen maffe uitvluchten, geen lamlendigheid, maar elf leeuwen die vochten voor elke meter gras.
Voor elkaar door het vuur
Die passie op het veld sloeg direct over op het uitvak — én andersom. Oh nee, toch niet. Want supporters mochten helaas niet aanwezig zijn. Je zag de spelers gewoon voor elkaar door het vuur gaan. Als er iemand balverlies leed, stonden er meteen twee teamgenoten klaar om het vuile werk op te knappen. En het mooiste van alles? Je ziet dit elftal week na week beter op elkaar ingespeeld raken. De automatismen beginnen te lopen, de linies sluiten aan en met jongens als Ángel Alarcón hebben we voorin weer een speler die uit het niets een wedstrijd kan beslissen.
Dat arrogante gedoe van Twente om ‘even’ naar de tweede plek te klimmen? Mooi niet over onze rug. Wij toonden de echte wil om te winnen, beukten ons door die Enschedese storm heen en lieten zien waar het Utrechtse hart voor staat. Na zo’n kraker en deze broodnodige driepunter kijkt het meteen een stuk prettiger naar het programma. Er komen nu een paar wedstrijden aan tegen tegenstanders van een heel ander formaat. Als we déze vechtlust en dit spelplezier doortrekken naar die komende duels, gaan we een heel mooie periode tegemoet.
Nog even terugkomen op het feit dat er geen uitsupporters aanwezig mochten zijn bij deze wedstrijd. FC Utrecht supporters is een heerlijk moment door de neus geboord door de KNVB, want wat is nou lekkerder dan de Grolsch Veste af te zien druipen.
De ruggen zijn recht, de borst is vooruit. Dames en heren: wij zijn terug!

