De Tragische Kunst van de Zelfsabotage in Deventer

Ook interessant.

De Adelaarshorst in Deventer. Een plek met ziel, een plek met passie, en sinds gisteren voor FC Utrecht vooral: een plek des onheils waar een ogenschijnlijke voetbalzege werd omgetoverd tot een kunstwerk van amateurisme.

Het begon nog zo sprookjesachtig. Binnen vijftig minuten stond het 0-2. Twee doelpunten. Twee! Het leek alsof de selectie van FC Utrecht een weddenschap had lopen dat ze de wedstrijd in de eerste helft moesten beslissen, puur om de supporters een zeldzaam moment van rust te gunnen. De Utrechters leken de wedstrijd al in te pakken, de buschauffeur begon vast de motor warm te draaien, en de Go Ahead Eagles-fans bereidden zich al mentaal voor op de troostende Deventer Koek.

De Ineenstorting als Masterclass

Maar toen begon het onmogelijke. Wat volgde was geen voetbal, maar een masterclass in georganiseerde zelfsabotage. Onze verdediging leek plotseling een slagerij met zelfbediening, waarbij de Eagles met een lachwekkend gemak door de linies sneden. De 0-2 voorsprong veranderde niet in een solide muur, maar in een dun vliesje, dat bij de eerste de beste windvlaag (of, in dit geval, een Go Ahead-aanval) scheurde.

Het leek wel alsof de technische staf langs de kant had gezegd: “Jongens, dit is te makkelijk. Laten we de moeilijkheidsgraad verhogen. We gaan de bal vanaf nu behandelen alsof het een hete aardappel is, en de tegenstander laten scoren uit pure gastvrijheid.”

Nadat de 2-2 op het bord stond, was de paniek in de ogen van de Utrechtse spelers zo groot dat je er een thriller van had kunnen maken. De finale 2-2 was dan ook geen verrassing, maar de trieste, poëtische climax van een team dat besloot dat drie punten meenemen te veel gedoe was. Waarom winnen als je ook kunt bezwijken onder de druk van je eigen superioriteit?

Het Spitsen-Raadsel: De Kunst van het Nietsdoen

En dan komen we bij het meest fascinerende fenomeen van de club: het Spitsen-Probleem. FC Utrecht heeft geen spitsen. FC Utrecht heeft veldarchitecten die toevallig in de punt van de aanval staan. Ze zijn subtiele kunstenaars, wier ware medium de pass op de zijlijn is, en niet de barbaarse daad van het scoren.

Onze aanvallers behandelen het vijandelijke doelgebied als een verre, onbereikbare ex-vriendin: ze weten dat het er is, maar ze durven er absoluut geen contact mee te zoeken. Hun schoten? Dat zijn geen pogingen tot scoren, maar geavanceerde breedtepasses naar de cornervlag.

Het probleem is niet dat ze niet kunnen scoren, het probleem is dat ze niet willen scoren. Ze zijn té bescheiden, té intellectueel voor de primitieve vreugde van een doelpunt. Ze lijken te denken: “Laat de middenvelders het maar doen, wij staan hier puur voor de opbouwende intentie.” Het is dan ook te verwachten dat onze ‘puntspelers’ binnenkort een tentoonstelling openen met de titel: “De Bal en Ik: Een Filosofische Afstand.”

Conclusie

FC Utrecht blijft de club die de KNVB moet vragen om een speciale competitie: de Eredivisie van het Grote Potentieel dat Altijd Knalt op Een Harde Muur van Eigen Onkunde.

De Go Ahead Eagles hebben een gratis punt, maar wij hebben de lach. Een bittere, hysterische lach, veroorzaakt door het besef dat we na de 0-2 al wisten: dit kan nooit goed gaan. En zo geschiedde. Het is de vloek, het is de charme. Tot volgende week, wanneer we ongetwijfeld weer een nieuwe, unieke manier vinden om onszelf van de wijs te brengen.

Verder lezen.

Reacties.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Advertismentspot_img

Nieuw binnen.

[trustindex-feed-instagram]

Ook interessant.