Als je deze dagen door de Utrechtse binnenstad loopt, hoor je niet het carillon van de Domtoren, maar een collectief gefluister dat klinkt als een gebed: “Souffian, ga… vlieg uit, spreid je vleugels.” Het is een uniek fenomeen in de voetballerij. Normaal gesproken worden sterspelers die dreigen te vertrekken met hooivorken en brandende fakkels bij de uitgang opgewacht, maar bij Souffian El Karouani is het anders. Heel Utrecht gunt hem die droomtransfer. Niet omdat we hem kwijt willen, maar omdat de rest van de wereld recht heeft op een glimp van deze Marokkaanse godenzoon.
Het Geheim van het Hoog Opgetrokken Broekje
Laten we eerlijk zijn: Souffian heeft de modewereld eigenhandig gerevolutioneerd. Waar de gemiddelde profvoetballer tegenwoordig rondloopt in broekjes die zo wijd zijn dat ze als parachute kunnen dienen bij een noodlanding, zweert El Karouani bij de ‘High-Waist Aerodynamica’.
Zijn broekje zit zo hoog opgetrokken dat de gemiddelde navelstaring onmogelijk wordt gemaakt. Het is een modestatement dat zegt: “Ik heb geen taille nodig, ik heb longinhoud.” Sommige wetenschappers aan de Universiteit Utrecht beweren zelfs dat de compressie van dit hoog opgetrokken textiel direct verbonden is met zijn traptechniek. Hoe hoger de broek, hoe strakker de assist. Het is pure fysica.
De Linkerpoot: Een Chirurgisch Precisiewapen
Over die trap gesproken: Souffian geeft geen voorzetten, hij verstuurt handgeschreven liefdesbrieven met een postzegel van 44 eurocent. Zijn linkerbeen is een kruising tussen een precisie-instrument van een hartchirurg en een lanceerinstallatie van de NASA.
De hoeveelheid assists die hij dit seizoen heeft gegeven, is inmiddels niet meer met het blote oog bij te houden. De statistiekbureau’s in Zeist hebben de tel opgegeven; ze noteren tegenwoordig gewoon standaard ‘+1 voor Souffian’ zodra Utrecht de middellijn oversteekt. Of het nu een strakke lage schuiver is of een boogbal die de wetten van de zwaartekracht tart: de bal belandt altijd precies op het voorhoofd van een medespeler die eigenlijk alleen maar hoefde te niezen om te scoren.
De Man met de Eeuwige Glimlach (en de Longen van een Paard)
Terwijl de rest van de selectie na tachtig minuten naar adem hapt alsof ze net de Mount Everest hebben beklommen zonder zuurstoffles, huppelt Souffian nog vrolijk over de linkerflank. Zijn loopvermogen is simpelweg beledigend voor de gemiddelde sterveling. Hij bestrijkt de hele linkerzijde van het veld, van de eigen cornervlag tot aan de dug-out van de tegenstander, en dat alles met die onweerstaanbare, vriendelijke glimlach.

Die glimlach is zijn gevaarlijkste wapen. Je kunt als rechtsback nog zo je best doen om hem doormidden te schoppen, maar als Souffian je daarna aankijkt met die blik van “Ik vind je nog steeds een aardige jongen”, dan smelt je verdedigingsdrang als sneeuw voor de zon. Hij is de enige speler in de Eredivisie die een gele kaart kan krijgen en de scheidsrechter vervolgens zover krijgt dat hij zijn excuses aanbiedt voor het storen.
Altijd alles geven
Wat de inzet van Souffian betreft, vermoeden boze tongen dat hij stiekem op een verboden mengsel van Marokkaanse muntthee en pure raketbrandstof loopt. Terwijl sommige ploeggenoten na een sprintje van dertig meter al naar hun hamstrings grijpen als een dramatische operazanger, dendert El Karouani door alsof hij de Elfstedentocht op zijn gymschoenen aan het volbrengen is. Zijn werkethiek grenst aan het absurde: hij dekt niet alleen zijn eigen man af, maar lijkt tussendoor ook nog tijd te hebben om de cornervlaggen recht te zetten en de veters van de keeper te strikken. Zelfs in de 94e minuut, bij een stand van 0-3 achter en striemende regen, sprint hij nog steeds met de intensiteit van een jachthond die een biefstuk ruikt. Het is die onuitputtelijke drang om elke grasspriet van de Galgenwaard persoonlijk te begroeten die hem zo geliefd maakt; Souffian verliest nooit, hij komt hooguit tijd tekort om nóg vijftien kilometer extra af te leggen.
Wederzijdse liefde
Laten we eerlijk zijn: de liefde tussen de club en Souffian is diep, maar de bodem van de Utrechtse schatkist is dat helaas wat minder. Er heerst momenteel een ontroerende consensus in de Galgenwaard: we houden van je Souffian, maar we houden nóg meer van een goedgevulde bankrekening. Het is een prachtig staaltje wederzijds opportunisme; Souffian droomt van een stadion waar ze de ‘R’ wel kunnen uitspreken, en Frans van Seumeren droomt van een transferbedrag met zoveel nullen dat hij er een nieuwe vloot olietankers van kan kopen. Elke keer als El Karouani weer een bal op de stropdas van een spits legt, hoor je op de tribune niet alleen gejuich, maar ook het geluid van een rinkelende kassa. Souffian begrijpt dit als geen ander. Hij is de enige speler die waarschijnlijk zelf zijn transferclausule met een marker op zijn hoog opgetrokken broekje heeft geschreven, puur om de onderhandelingen te bespoedigen. Hij gunt de club die zak met geld, en de club gunt hem een plek waar hij zijn glimlach op een groter podium kan laten zien—zolang de koper maar betaalt in ongemerkte briefjes van vijfti
Te groot voor (FC) Utrecht
Utrecht weet het: Souffian is te groot voor de grachten. Hij verdient een club waar ze zijn positivisme kunnen omzetten in hernieuwbare energie. Of het nu Real Madrid, Manchester City of een zonnige club in Italië wordt (waar ze korte broekjes sowieso meer waarderen): de stad staat achter hem.
Souffian, we gunnen het je. Maar beloof ons één ding: trek in het buitenland je broekje nóg een centimeter hoger. Voor de wetenschap. En voor Utrecht.